Een eendraadschema leren lezen in tien minuten
Van 3G2,5 tot het symbool van een kruisschakelaar: leer een eendraadschema lezen zonder voorkennis, met de symbolen en notaties die er echt toe doen.

Een eendraadschema oogt als een wirwar van lijntjes en cijfers. In werkelijkheid bestaat het uit een handvol terugkerende elementen. Zodra je die herkent, lees je elk schema.
Lees van boven naar beneden
Elk schema volgt dezelfde richting: bovenaan de voeding, onderaan de verbruikers. Vind je bovenaan de teller en de hoofdschakelaar, dan weet je meteen dat alles daaronder daarvan afhangt. Volg vervolgens één lijn naar beneden en je hebt de volledige weg van één kring in beeld.
De vier zones van het blad
- De voedingszone. Teller, hoofdzekering, aardingssysteem en het type net.
- De beveiligingszone. De algemene differentieel van 300 mA, en daaronder de differentiëlen van 30 mA.
- De kringzone. Per kring een automaat, een kabelaanduiding en een nummer.
- De verbruikerszone. De symbolen van stopcontacten, lichtpunten, schakelaars en vaste toestellen.
De notatie van kabels ontcijferen
De code naast elke lijn beschrijft de kabel:
- 3G2,5 mm² — drie geleiders van 2,5 mm², inclusief geel-groene aardgeleider.
- 2X1,5 mm² — twee geleiders van 1,5 mm², zonder aardgeleider.
- 5G6 mm² — vijf geleiders van 6 mm², typisch voor een driefasige aansluiting.
De letter G staat dus voor de aanwezigheid van een beschermingsgeleider, X voor de afwezigheid ervan. Het getal vooraan is het aantal geleiders, het getal achteraan de doorsnede.
De symbolen die je het vaakst tegenkomt
| Symbool | Betekenis | Waar je het vindt |
|---|---|---|
| Bolletje met één schuine streep | Enkelpolige schakelaar | Bij de deur van elke ruimte |
| Bolletje met twee schuine strepen naar één punt | Wisselschakelaar | Trap, gang, doorloopruimtes |
| Halve cirkel op een lijn | Stopcontact met aarding | Overal in de woning |
| Cirkel met kruis | Lichtpunt | Plafond of wand |
| Rechthoek met schuine streep | Automatische zekering | In het verdeelbord |
| Rechthoek met cirkel erin | Differentieelschakelaar | Bovenaan elke groep kringen |
| Drie horizontale streepjes onder elkaar | Aarding | Onderaan het schema |
Een volledig overzicht met tekeningen vind je op de pagina met symbolen.
Wat de cijfers naast de automaten betekenen
Bij elke automaat staat een stroomwaarde: 10 A, 16 A, 20 A of 32 A. Die waarde vertelt wanneer de beveiliging uitschakelt. Ze hoort te passen bij de kabelsectie op dezelfde lijn:
- 10 A hoort bij 1,5 mm²
- 16 A of 20 A hoort bij 2,5 mm²
- 32 A hoort bij 6 mm²
Zie je een 20 A automaat op een kring van 1,5 mm², dan lees je een fout. Dat is precies het soort controle waarvoor het schema bestaat.
De letters bij differentiëlen
Bij differentieelschakelaars staat naast de gevoeligheid (300 mA of 30 mA) ook een type:
- Type AC — reageert op wisselstroomlekken, de klassieke uitvoering.
- Type A — reageert daarnaast op pulserende gelijkstroomlekken, nodig bij elektronica, inductiekookplaten en veel moderne toestellen.
- Type B — reageert ook op gladde gelijkstroom, vereist bij bepaalde laadpalen en omvormers.
Oefen op je eigen schema
Neem je eigen eendraadschema erbij en zoek achtereenvolgens: de hoofdschakelaar, de differentieel die je badkamer beveiligt, de kring van je kookplaat en de sectie van die kring. Lukt dat binnen vijf minuten, dan lees je een schema. Lukt het niet, dan zegt dat vaak meer over de kwaliteit van het schema dan over jou.
Veelgestelde vragen
Wat betekent 3G2,5 op een schema?
Drie geleiders van elk 2,5 mm², waarbij de G aangeeft dat er een geel-groene beschermingsgeleider bij zit. Bij 3X2,5 zijn er drie geleiders zonder aardgeleider.
Waarom staat er een getal in het symbool van de automaat?
Dat is de nominale stroom van de automaat, uitgedrukt in ampère. Ze bepaalt bij welke stroom de beveiliging uitschakelt en moet passen bij de kabelsectie.
Dit artikel kan fouten of verouderde informatie bevatten. Controleer altijd de geldende regels en raadpleeg een vakbekwame elektricien of een erkend keuringsorganisme voordat je handelt.


